Beweging in beeld: promotie Emma den Hartog
25 maart 2026
Kinderen met kanker kunnen tijdens hun ziekte en behandeling flink achteruitgaan in hun lichamelijk functioneren. Ze krijgen bijvoorbeeld minder spierkracht, pijn, vermoeidheid of moeite met lopen. Promovenda Emma den Hartog onderzocht hoe vaak deze problemen voorkomen en wat zorgverleners kunnen doen om het fysiek functioneren van kinderen met kanker en zo hun kwaliteit van leven te verbeteren.
Steeds meer kinderen met kanker overleven, maar veel kinderen krijgen tijdens hun ziekte en behandeling lichamelijke klachten. Denk aan minder spierkracht en spiermassa, pijn (ook in de botten), veel vermoeidheid, minder eetlust en moeite met lopen.
Als een kind minder goed kan bewegen, heeft dat grote gevolgen. Het kind is minder zelfstandig en kan vaak minder meedoen aan dagelijkse dingen zoals naar school gaan, buitenspelen en sporten. Juist die gewone activiteiten zijn belangrijk voor een goede kwaliteit van leven.
Promovenda Emma den Hartog onderzocht in het Prinses Máxima Centrum hoe het lichamelijk functioneren van kinderen met kanker verandert tijdens de behandeling. Ze wilde ook beter begrijpen welke kinderen extra risico lopen en hoe zorgverleners problemen eerder kunnen herkennen. Emma: ‘De fysiotherapeuten in het Prinses Máxima Centrum zien dat bij kinderen met kanker het fysiek functioneren achteruitgaat. Met mijn promotieonderzoek wilde ik meer inzicht krijgen in het verloop, en meer te weten komen over hoe we dit kunnen verbeteren.’
Beweging bij ALL
Den Hartog zag dat een deel van de kinderen met acute lymfatische leukemie (ALL) – zo’n 15% – bij de behandeling niet meer kon lopen. Nog eens ruim een kwart van deze kinderen stopte in het eerste, zware deel van de behandeling met lopen. Allemaal konden ze uiteindelijk wel weer lopen.
Niet meer kunnen lopen is voor kinderen en hun ouders heftig. Den Hartog zag dat het risico groter was bij jongere kinderen, bij kinderen die gewicht verloren en bij kinderen die in de eerste maand langer in het ziekenhuis lagen.
De resultaten helpen om kinderen met kanker en hun ouders beter voor te bereiden op de veranderingen in lichamelijk functioneren die ze kunnen verwachten tijdens de behandeling. Ook helpen ze zorgverleners om sneller ondersteuning te bieden. Samen met fysiotherapeuten is een video gemaakt met uitleg en beweegtips voor gezinnen bij ALL. Bekijk de video hieronder.
Om de video te bekijken, dient u akkoord te gaan met functionele cookies. Accepteer de functionele cookies met onderstaande knop om verder te gaan.
Stamceltransplantaties en smartwatches
Den Hartog onderzocht ook het lichamelijk functioneren van kinderen die een stamceltransplantatie (SCT) moesten ondergaan. Een SCT is een intensief traject, met kans op complicaties waardoor kinderen tijdelijk fysiek minder goed functioneren. Honderd dagen na de transplantatie hadden kinderen gemiddeld minder spiermassa en spierkracht en deden zij fysieke testen langzamer dan gezonde leeftijdsgenoten. Bij kinderen die vóór de transplantatie fitter waren, was het lichamelijk functioneren ook daarna beter.
Volgende stappen
Fysiotherapeuten in het Máxima starten nu een vervolgstudie naar de haalbaarheid van een prehabilitatie-interventie, met begeleiding door fysiotherapeuten en diëtisten. Bijvoorbeeld door bewegen binnen de mogelijkheden van het kind en een dieet met extra eiwitten. Verder onderzocht Den Hartog de mogelijkheden van een smartwatch. Ze zag dat die mogelijk kunnen helpen om beweging te meten, om beter begrijpen wat kinderen in verschillende fases aankunnen en problemen eerder signaleren. Ook dat vraagt nog vervolgonderzoek om te bekijken hoe en bij welke kinderen een smartwatch het meeste steun kan bieden.
Emma den Hartog verdedigt haar proefschrift op 25 maart. Ze werd begeleid door Dr. Emma Verwaaijen en prof. Dr. Wim Tissing van het Prinses Máxima Centrum, en prof. Dr. Hanneke van Santen van het Prinses Máxima Centrum en het UMC Utrecht.