Ewing-sarcoom
Een Ewing-sarcoom is een bottumor. Ewing-sarcomen ontstaan meestal in het beenmergweefsel van pijpbeenderen en platte botten. In Nederland krijgen elk jaar ongeveer 13 kinderen een Ewing-sarcoom. De ziekte komt op alle leeftijden voor, met een piek tussen 10 en 15 jaar, en vaker bij jongens dan bij meisjes.
In de folder Bottumoren lees je alles over deze ziekte. Op deze pagina vind je alvast de belangrijkste informatie.
Oorzaken
Over de oorzaak van bottumoren is weinig bekend. Waarschijnlijk is tijdens de celdeling iets aan het DNA beschadigd. Bij een Ewing-sarcoom zijn soms stukjes chromosomen van plaats verwisseld. Hoe zo’n fout ontstaat, is onduidelijk.
Klachten
De belangrijkste klacht bij een bottumor is pijn in of rond het bot. De pijn kan vaag zijn, maar ook zo hevig dat je kind er niet van kan slapen. Vaak zie je ook een zwelling. De tumor kan zich naar een spier of gewricht uitbreiden, waardoor je kind bepaalde bewegingen niet meer kan maken. Soms is het bot zo door de tumor verzwakt dat het breekt.
Hoe stellen we de diagnose?
Onder narcose wordt een stukje tumorweefsel verwijderd en onder de microscoop onderzocht. Ook worden er botfoto’s, longfoto’s en diverse scans gemaakt. Onder sedatie wordt beenmerg afgenomen.
Behandeling
Kinderen met een Ewing-sarcoom worden behandeld volgens een protocol dat is gemaakt door nationale en internationale deskundigen. De behandeling bestaat uit chemotherapie, een operatie en/of bestraling.
Vragen?
Kinderen met een Ewing-sarcoom worden behandeld op de afdeling solide tumoren.