Patiëntenportaal

Psychosociale zorg kort na het einde van behandeling

Het einde van de behandeling van kinderkanker is een belangrijke overgang voor ouders. Tijdens de behandeling staat het overleven centraal. De dagelijkse steun van zorgprofessionals in het ziekenhuis valt weg en ouders moeten zich weer weten aan te passen aan het ‘normale’ leven.

Ouders

Ouders voelen zich vaak onzeker in de periode kort na de behandeling. Dit komt veelal door het wegvallen van de steun vanuit het ziekenhuis. Daarnaast heerst er angst voor een mogelijk recidief, met bijbehorende zware behandeling of dat er geen genezing meer mogelijk is.

Na de behandeling neemt de steun van de omgeving vaak af, omdat mensen denken dat "het nu voorbij is". Dit kan voor ouders extra lastig zijn. Uit onderzoek blijkt dat sociale steun, vooral vijf jaar na de diagnose, een belangrijke voorspeller is van stress, vooral bij vaders. Ouders kunnen terecht bij de Vereniging Kinderkanker Nederland voor informatie en lotgenotencontact. Er is ook een online groepscursus voor ouders (Op Koers) van een kind uit behandeling, daar krijgen ouders psycho- educatie en kunnen ze door middel van lotgenotencontact hun coping vergroten.

In deze periode beginnen ouders vaak pas echt met het verwerken van alles wat er gebeurd is, terwijl ze tegelijkertijd hun dagelijkse leven, zoals werk, weer proberen op te pakken. Dit zijn hele normale gevoelens, maar kan bij ouders zorgen voor fysieke klachten of burn-outverschijnselen. De maatschappelijk werker kan ouders hierbij ondersteunen. Voor langdurige of intensieve begeleiding of behandeling na de behandeling wordt vaak verwezen naar een psychosociale zorgverlener in de woonomgeving zoals het netwerk integrale kindzorg en tweedelijns psychosociale zorg zoals de psycho- oncologische centra of de praktijkondersteuner van de huisarts.

Meer informatie

Grootenhuis, M.A., Aarsen, F., & Van den Bergh, E. (2022). Psychologische behandeling bij kinderen met kanker. In S. Duijts, R. Sanderman, M. Schroevers, & T. Vos (Eds.), Psychologische patiëntenzorg in de oncologie (pp. 323-334). Uitgeverij Van Gorcum.

Grootenhuis, M. A., & Last, B. F. (2003). Stresshantering door kinderen met kanker en hun ouders. Pedagogiek, 23(3), 232-240.

Stam, H., Grootenhuis, M. A., Brons, P. P., Caron, H. N., & Last, B. F. (2006). Health‐related quality of life in children and emotional reactions of parents following completion of cancer treatment. Pediatric Blood and Cancer, 47(3), 312-319. https://doi.org/10.1002/pbc.20661

Wakefield, C. E., McLoone, J., Goodenough, B., Lenthen, K., Cairns, D. R., & Cohn, R. J. (2010). The psychosocial impact of completing childhood cancer treatment: a systematic review of the literature. Journal of Pediatric Psychology, 35(3), 262-274. https://doi.org/10.1093/jpepsy/jsp056

Wijnberg-Williams, B. J., Kamps, W. A., Klip, E. C., & Hoekstra-Weebers, J. E. (2006). Psychological distress and the impact of social support on fathers and mothers of pediatric cancer patients: long-term prospective results. Journal of Pediatric Psychology, 31(8), 785-792. https://doi.org/10.1093/jpepsy/jsj087