Psychologische zorg in de behandelfase
De behandeling van kinderkanker brengt voor zowel kinderen als ouders fysieke en emotionele uitdagingen met zich mee. Behandelingen gaan vaak gepaard met bijwerkingen zoals misselijkheid en haarverlies, maar kunnen ook invloed hebben op het gedrag en de stemming van kinderen. Ouders moeten alert zijn op mogelijke complicaties en ernstige bijwerkingen, wat vaak angst en stress kan veroorzaken.
Kinderen
Tijdens de behandeling kunnen kinderen last krijgen van verschillende bijwerkingen, zoals misselijkheid, braken, haaruitval en huidirritaties. Wanneer een kind een corticosteroïd krijgt, zoals dexamethason, kunnen er ook bijwerkingen optreden op psychologisch gebied. Denk aan:
Veranderingen in gedrag en stemming, zoals somberheid of prikkelbaarheid
Slaapproblemen (moeite met in slaap komen of sneller wakker worden)
Verhoogde eetlust
Fysieke veranderingen zoals haarverlies, een voedingssonde of een opgezwollen gezicht kunnen vooral voor jongeren moeilijk zijn. Ze ervaren vaak gevoelens van schaamte en verdriet.
Het is belangrijk dat kinderen tijdens de behandeling een gevoel van controle ervaren. Dit kan worden versterkt door voorspelbaarheid en inspraak te geven bij medische handelingen. Medisch pedagogische zorgverleners spelen hierbij een belangrijke rol en ondersteunen kinderen met technieken zoals focustaal (afleidend en bekrachtigend taalgebruik), medische hypnose of virtual reality als voorbereiding en afleiding tijdens behandelingen.
Vooral tieners kunnen in deze fase meer nadenken over de betekenis van hun ziekte, wat gevoelens van rouw en verlies kan oproepen en het zelfbeeld kan beïnvloeden.
Aanpassing en psychologische zorg
Kinderen passen zich vaak goed aan de routines van het ziekenhuis aan. Uit onderzoek blijkt dat kinderen met kanker zich over het algemeen net zo goed aanpassen als hun gezonde leeftijdsgenoten. Kinderen met hersenschade of amputaties lopen wel meer risico op aanpassingsproblemen op de lange termijn. Regelmatige monitoring van de kwaliteit van leven is daarom belangrijk.
Psychologische behandeling kan in deze fase bestaan uit speltherapie voor jongere kinderen, of cognitieve gedragstherapie. Online cursussen zoals Op Koers (Denken-Voelen-Doen-model) en iSleep (bij slaapproblemen) bieden ook ondersteuning.
Kinderen kunnen boos of teleurgesteld raken door de beperkingen die hun ziekte en behandeling met zich meebrengen, zoals lange ziekenhuisopnames of een lage weerstand. Wanneer hun weerstand dit toelaat, wordt aangeraden dat kinderen zo snel mogelijk terugkeren naar school, ondanks dat dit voor hen en hun ouders spannend kan zijn. School speelt een cruciale rol in de sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen. De school in het Prinses Máxima Centrum helpt hierbij door school te continueren en de betrokkenheid van de school te waarborgen. Kinderen die wel naar school mogen tussen de behandelingen door voelen zich soms anders dan andere kinderen door wat ze hebben meegemaakt, door hun veranderde uiterlijk of doordat ze sneller moe zijn dan klasgenoten. Kinderen met een hersentumor kunnen ook merken dat het lastiger is om cognitief mee te komen op school. Kinderen die zich gesteund voelen door leraren, ouders en vrienden ervaren minder psychosociale problemen en hebben een hogere zelfwaardering.
Tijdens de behandeling worden kinderen die een verhoogde kans hebben op neuropsychologische problemen via een neuropsychologisch follow-up op vaste momenten getest en gezien.
Literatuur
Grootenhuis, M.A., Aarsen, F., & Van den Bergh, E. (2001). Pscyhologische behandeling bij kinderen met kanker. In S. Duijts, R. Sanderman, M. Schroevers, & T. Vos (Eds.),Psychologische patiëntenzorg in de oncologie (pp. 323-334). Uitgeverij Van Gorcum.
Michel, G., Brinkman, T. M., Wakefield, C. E., & Grootenhuis, M.A. (2020). Psychological outcomes, health-related quality of life, and neurocognitive functioning in survivors of childhood cancer and their parents. Pediatric Clinics of North America, 67(6), 1103-1134. https://doi.org/10.1016/j.pcl.2020.07.005
Scholten, L., Willemen, A. M., Last, B. F., Maurice-Stam, H., Van Dijk, E. M., Ensink, E., Zandbelt, N., Van der Hoop-Mooij, A., Schuengel, C., & Grootenhuis, M. A. (2013). Efficacy of psychosocial group intervention for children with chronic illness and their parents. Pediatrics, 131(4), e1196-e1203. https://doi.org/10.1542/peds.2012-2222
Van Schoors, M., Caes, L., Verhofstadt, L. L., Goubert, L., & Alderfer, M. A. (2015). Systematic review: Family resilience after pediatric cancer diagnosis. Journal of Pediatric Psychology, 40(9), 856-868. https://doi.org/10.1093/jpepsy/jsv055