Patiëntenportaal

Oogproblemen

Iedereen, ook mensen die nooit kanker hebben gehad, kan oogproblemen krijgen. Maar sommige kankerbehandelingen kunnen de kans vergroten. Het is belangrijk dat je klachten en signalen die kunnen wijzen op oogproblemen (her)kent.

Wat zijn oogproblemen?

Het oog bestaat uit verschillende delen, waaronder de lens, het netvlies en de oogzenuw. Licht dat op de lens valt, vormt een omgekeerd beeld op het netvlies. Het netvlies stuurt dit beeld via de oogzenuw naar de hersenen, die het beeld weer omdraaien.

Soms ontstaan er oogproblemen die maken dat je minder goed ziet, zoals:

  • Staar: de lens wordt troebel

  • Beschadigde traanbuisjes: tranende ogen

  • Weinig traanvocht: droge ogen

  • Ontstoken hoornvlies

  • Beschadiging van de kleine bloedvaten in de ogen

  • Beschadigd netvlies

  • Beschadigde oogzenuw

  • Chronische pijn aan het oog

  • Beschadigde traanklier: droge ogen die op den duur beschadigd kunnen raken

Heb ik een verhoogde kans op oogproblemen?

Iedereen, ook mensen die nooit kanker hebben gehad, kan oogproblemen krijgen. Maar sommige kankerbehandelingen kunnen de kans vergroten.

De volgende behandelingen kunnen de kans op oogproblemen vergroten:

  • Elke dosis radiotherapie op het oog of de ogen, de oogkas(sen) of op een gebied waarin de ogen liggen

  • Behandeling met radioactief jodium (I-131), wat de kans op het krimpen van de traanbuisjes vergroot

  • Langdurig gebruik van corticosteroïden, wat de kans op staar verhoogt

Je kunt in de samenvatting van je behandeling zien of je een of meer van deze behandelingen hebt gehad. Als je geen samenvatting hebt, kun je contact opnemen met de LATER-poli of het ziekenhuis waar je behandeld bent. Oogproblemen hoeven niet altijd door de behandeling te komen. Er kunnen ook andere oorzaken zijn.

Wat zijn klachten en signalen van oogproblemen?

Bepaalde klachten en signalen kunnen wijzen op oogproblemen. Ook al heb je deze klachten en signalen op dit moment niet, toch is het belangrijk dat je ze herkent voor het geval je ze ooit krijgt.

De volgende klachten en signalen kunnen wijzen op oogproblemen:

  • Wazig of vervormd zien

  • Gevoeligheid voor licht

  • Pijn, jeuk of een branderig gevoel in één of beide ogen

  • Tranende ogen

  • Minder zien of helemaal niets meer zien

Als je een van deze klachten of signalen herkent, neem dan contact op met je huisarts, opticien of LATER-arts.

Ik heb een verhoogde kans op oogproblemen. Welke onderzoeken zijn nodig en wanneer?

Als je een verhoogde kans op oogproblemen hebt, is het advies om:

  • minstens om de 5 jaar je ogen te laten controleren

  • minstens om de 5 jaar een afspraak te maken met je huisarts of LATER-arts

Wat gebeurt er als ik oogproblemen heb?

Als je oogproblemen hebt, verwijst je huisarts of LATER-arts je waarschijnlijk naar een specialist. Afhankelijk van je klachten en signalen is dat een:

  • Oogarts

  • Opticien (specialist voor brillen en contactlenzen)

De specialist bespreekt de behandelmogelijkheden met je.

Wat kan ik nog meer doen?

Het kan moeilijk zijn om te leven met een verhoogde kans op oogproblemen. Praten met vrienden en familie kan helpen. Ook contact met mensen in eenzelfde situatie kan fijn zijn, bijvoorbeeld via een patiëntenvereniging zoals VOX, een onderdeel van de Vereniging Kinderkanker Nederland.

Zorg vooral goed voor jezelf. Hoewel een gezonde leefstijl de kans op oogproblemen niet altijd vermindert, blijft deze wel belangrijk. Zorg ook voor je mentale gezondheid. Kleine veranderingen kunnen al een positieve invloed hebben op je lichamelijke en mentale welzijn. Als je vragen hebt of je je na het lezen van deze informatie zorgen maakt, neem dan contact op met je huisarts of LATER-arts.

Waar vind ik meer informatie?

Op deze LATER-website staat ook informatie over:

  • Gezonde leefstijl

  • Mentale gezondheid

In de PanCare PLAIN Language Summaries vind je links naar betrouwbare informatie in het Engels. Je kunt online informatie over late gevolgen zoeken, maar bedenk dat deze soms niet up-to-date of juist is.

Disclaimer

Deze informatie is gebaseerd op de lekensamenvatting van de richtlijn, gemaakt door de PanCare Plain Information Group, en is waar nodig aangepast aan de Nederlandse LATER-richtlijn. Vertrouw bij klachten en signalen niet alleen op deze informatie, maar ga naar je huisarts, LATER-arts of specialist.